Excuus voor mijn lange subsidieaanvraag, ik had geen tijd voor een korte

Is dit herkenbaar voor jou? Je schrijft eindeloos aan de tekst van je subsidieaanvraag met de hete adem van de deadline in je nek. Uiteindelijk heb je een duimendik stuk geschreven, de neerslag van jouw lineaire gedachtenstroom op papier…

Maar of het voor de beoordelaar van jouw subsidieaanvraag ook te lezen en te begrijpen is?

Een subsidieaanvraag schrijven is een ambacht

Wat is er zo kenmerkend of bijzonder aan ambachtelijke worst of een mooi juweel? Wat vaak opvalt is de kracht en pracht van de eenvoud. Maar ook de verfijnde detaillering.

Dit zijn twee aansprekende kwaliteitskenmerken die tegenstrijdig lijken, maar ze komen voort uit dezelfde vaardigheden van de ambachtsman of vrouw. Er is lang en uitvoerig over nagedacht en er is grondig aan gewerkt en geschaafd. Deze vaardigheden heb jij dus ook nodig om een goede tekst voor een subsidieaanvraag te schrijven.

De uitdaging, een bondige tekst met een heldere boodschap

Het schrijven van een bondige tekst die de boodschap helder overbrengt, is een grote uitdaging. Het vraagt geduld én inspiratie, ambachtelijke vaardigheid én creativiteit. En dat in combinatie met taalgevoel. Het is soms slijpen en schaven, even afstand nemen, iets anders doen, en dan weer met een frisse blik er tegenaan. Tot het er zo staat dat de boodschap die je wilt overbrengen maar op één manier te lezen is.

Ontdek hieronder 3 grote misverstanden over schrijven, en hoe jij het handiger aanpakt.

Misverstand 1: Schrijven doe je achter je computer

Ga jij automatisch achter je bureau zitten wanneer je begint aan een schrijfklus? En, raak je dan spontaan geïnspireerd? Nee toch? Je krijgt eerder een writersblock.

Ook voor schrijfwerk geldt de bekende 80/20 regel. Het creëren van een tekst is vooral veel denk- en structureringswerk, zo’n 80%. Het feitelijke schrijven kost veelal niet meer dan 20% van de totale tijd.

De meest creatieve brainwaves krijg je niet achter je bureau. Nee, die krijg je onverwachts: bijvoorbeeld in bad, bed, onder de douche of tijdens een mooie wandeling buiten. Zomaar, spontaan komen de ideeën aanwaaien. Probeer het maar eens.

Als je dus voor een flinke schrijfklus staat, stop dan met lineaire lijstjes te maken of naar je beeldscherm turen! Neem uitgebreid de tijd om te mijmeren en te reflecteren op een plek die jou inspireert. Je je hebt de rust om je gedachten te ordenen en je krijgt de beste ingevingen en je ziet verbanden.

Bang om iets te vergeten? Een klein notitieblokje of je smartphone volstaat om je gedachten in steekwoorden vast te leggen.

Misverstand 2: De inhoudsopgave moet achteraf

Soms ligt de structuur van je aanvraag vast door het format van de geldgever waaraan je je moet houden. Daarmee is de inhoudsopgave grotendeels al bepaald. Maar er zijn ook subsidieverstrekkers die je de vrije hand geven.

Probeer niet al schrijvend je hoofdstukindeling te bepalen, dat zorgt voor eindeloos schuiven en aanpassen in je tekst.

Wat goed werkt is om vooraf je gedachten te ordenen in een mindmap. Mindmappen bevordert het associatief denken en geeft je overzicht op hoofd- en bijzaken. Het voordeel is dat je veel informatie op één plek kwijt kunt en dat helpt je om verbanden te zien.

Een mindmap fungeert als een soort ‘kapstok’, waar je meteen je voorlopige hoofdstukindeling aan ophangt. Je kunt alleen mindmappen of met een groep. Ik adviseer je het laatste omdat je met elkaar tot meer kennis en creativiteit komt dan alleen!

Misverstand 3: Ik moet de tekst in één keer goed formuleren

Maak jezelf niet gek en bedenk ook dat de meest fraaie bouw- en kunstwerken zijn niet in één dag gecreëerd. Daar gingen vele plannen, probeersels, mislukkingen en frustraties aan vooraf. Wanneer je probeert om een flinke tekst meteen perfect te formuleren, verlies je tussendoor onnodig veel tijd door het slijpen aan futiliteiten. Er verandert in die fase nog te veel.

Wat goed werkt is dus van heel ‘grof’ naar ‘fijn’ werken. Beschrijf eerst het grote geheel, desnoods in halve zinnen en steekwoorden en werk daarna de details uit. 80% van je stuk (het grove werk) schrijf je in 20% van de tijd, de overige 80% van de tijd ben je aan het structureren, detailleren en bijschaven. Daar is ‘ie weer: de 80/20 regel!

Als je zo dicht op je tekst zit, zie je het allemaal niet meer zo scherp. Kritische meelezers, bij voorkeur ook minstens één van buitenaf, kunnen je dan op het rechte pad houden. Bedenk: wat zij lezen, snappen, denken en voelen bij jouw tekst is WAAR. Pareer hun kritiek dus niet (‘ik bedoelde het niet zus maar zo’), maar vraag ze om een alternatief tekstvoorstel waarmee de boodschap voor hen logisch en begrijpelijk is. En voor degene die jouw aanvraag straks beoordeelt dus ook!

Wil jij alles leren over subsidie- en fondsenwerving?

Wij bieden diverse trainingen, webinars en masterclasses aan, voor beginnende en ervaren schrijvers.

Bekijk de agenda >>