Als je een zorgorganisatie wilt starten, staat je meteen een belangrijke beslissing te wachten: kies je voor een stichting of een BV? Deze keuze heeft grote gevolgen voor je zeggenschap, toegang tot subsidies en financieringsmogelijkheden. Een stichting biedt vaak betere toegang tot subsidies en particuliere fondsen, terwijl een BV meer flexibiliteit biedt op het gebied van eigendom en privaat kapitaal. Beide rechtsvormen hebben specifieke voor- en nadelen in de zorgsector.
Wat is het verschil tussen een stichting en een BV voor zorgaanbieders?
Het fundamentele verschil zit in het eigendom en het doel van de organisatie:
- De stichting: Een stichting heeft geen eigenaren en richt zich volledig op het maatschappelijke doel dat in de statuten is vastgelegd. Alle opbrengsten moeten terugvloeien naar de zorgverlening of het maatschappelijke doel; er mag geen winst worden uitgekeerd aan oprichters of bestuurders. Het bestuur stuurt de organisatie aan, maar niemand “bezit” de stichting.
- De BV (Besloten Vennootschap): Een BV kent wél eigendom via aandelen. Dit biedt juridische en financiële flexibiliteit. Je kunt werken met een holdingstructuur, verschillende soorten aandelen uitgeven (zoals stemrechtloze of winstrechtloze aandelen) en de zeggenschap verdelen over meerdere aandeelhouders of een Raad van Commissarissen.
Let op: winstuitkering in de zorg
Hoewel een BV van nature gericht kan zijn op het uitkeren van winst aan aandeelhouders, geldt in de Nederlandse zorgsector specifieke wet- en regelgeving (zoals de Wet toetreding zorgaanbieders, Wtza). In grote delen van de gecontracteerde zorg (zoals zorg vanuit de Zvw of Wlz) geldt een strikt verbod of verregaande beperking op winstuitkering. Een BV biedt dus zakelijke kansen, maar de winstmogelijkheden hangen sterk af van de specifieke zorgactiviteiten die je aanbiedt.
Welke voordelen biedt een stichting voor zorgorganisaties?
Een stichting is de traditionele en meest gekozen vorm voor maatschappelijke zorgverlening. Dit brengt een aantal belangrijke voordelen met zich mee:
1. Maximale toegang tot subsidies en fondsen
Veel gemeentelijke, provinciale en Europese subsidies zijn specifiek bedoeld voor non-profitorganisaties. Als commerciële BV val je bij deze regelingen vaak buiten de boot. Dit verschil kan jaarlijks aanzienlijk zijn in beschikbare financiering. De subsidiekalender van ZorgSubsidieKalender laat duidelijk zien hoeveel meer mogelijkheden er zijn voor stichtingen dan voor commerciële organisaties.
2. Onmisbaar voor fondsenwerving en schenkingen
Vermogensfondsen zoals het Oranje Fonds of VSBfonds financieren vrijwel uitsluitend stichtingen. Hoewel zij geen reguliere medische zorg vergoeden, bieden zij belangrijke bijdragen voor sociaal-maatschappelijke zorgprojecten, zoals mantelzorgondersteuning, dagbesteding of initiatieven tegen eenzaamheid. Zij willen de garantie dat hun geld direct naar het maatschappelijke doel gaat en niet leidt tot winstuitkering. Ook bij crowdfunding, donaties en legaten schept een stichting de meeste transparantie en vertrouwen bij het publiek.
3. Hoge maatschappelijke betrouwbaarheid
Cliënten, zorgverzekeraars en gemeenten hebben van oudsher veel vertrouwen in stichtingen. Het non-profitkarakter straalt uit dat de kwaliteit van zorg op de eerste plaats staat. Dit vertrouwen helpt bij het opbouwen van een goede reputatie en het verkrijgen van zorgcontracten.
Waarom kiezen sommige zorgaanbieders voor een BV-structuur?
Ondanks de maatschappelijke voordelen van een stichting, kiezen steeds meer ondernemende zorgaanbieders voor een BV. Dat heeft voornamelijk te maken met schaalbaarheid en ondernemersvrijheid:
1. Toegang tot privaat kapitaal en investeerders
Als je snel wilt groeien, innovatieve zorgtechnologie wilt ontwikkelen of kostbare apparatuur moet aanschaffen, vraagt dat om startkapitaal. Met een BV kun je aandelen uitgeven aan investeerders of zakelijke partners in ruil voor kapitaal. Bij een stichting is dit niet mogelijk.
2. Professionele uitstraling richting zakelijke partners
Banken, leveranciers en commerciële partners zijn gewend aan de heldere overleg- en besluitvormingsstructuur van een BV. Dit kan onderhandelingen over financieringen of zakelijke samenwerkingen vergemakkelijken.
3. Wendbaarheid en snelle besluitvorming
Voor specialistische behandelingen, particuliere zorg of innovatieve zorgconcepten past een BV-structuur vaak beter bij het gewenste slagkrachtige ondernemerschap. Je kunt sneller schakelen en eenvoudiger fusies of overnames aansturen.
Een stichting of BV oprichten? Maak een geïnformeerde keuze
De keuze tussen een stichting en een BV hangt af van je prioriteiten. Beide rechtsvormen kunnen succesvol zijn in de zorg, mits je bewust kiest wat bij je doelen past.
Welke rechtsvorm het beste uitpakt qua subsidie- en fondsenwerving, hangt sterk af van de exacte sector waarin je actief wordt. In de gehandicaptenzorg, GGZ, wijkverpleging of ouderenzorg bestaan veel gemeentelijke regelingen en fondsen die vrijwel uitsluitend aan stichtingen verstrekt worden.
Ben je daarentegen actief in de zorgtechnologie (e-Health), medische hulpmiddelen of particuliere klinieken? Dan sluiten de subsidie- en kapitaalmogelijkheden (zoals innovatiesubsidies, WBSO of investeerders) juist veel beter aan bij een BV.
Ons advies: Breng vóór het oprichten van je organisatie de financieringsbronnen binnen jouw specifieke deelsector in kaart. Zo voorkom je dat je een rechtsvorm kiest die je achteraf uitsluit van de belangrijkste geldstromen in jouw vakgebied.
We helpen je graag op weg
Als je twijfelt over beschikbare subsidies, is het slim om onze training te volgen in subsidie- en fondsenwerving. Zo leer je precies welke mogelijkheden er zijn voor je rechtsvorm en zorgsector, en hebt nog een maand toegang tot onze subsidiekalender met 1000+ fondsen en subsidies gericht op Zorg & Welzijn.
Veelgestelde vragen
Kan ik later overstappen van een stichting naar een BV of andersom?
Ja, dat kan. Op grond van de wet (Art. 2:18 BW) kun je een stichting via de notaris rechtstreeks omzetten in een BV (of andersom) zonder dat je de organisatie eerst hoeft te ontbinden. Wel geldt er een belangrijke wettelijke eis bij de overstap van stichting naar BV: het vermogen dat binnen de stichting is opgebouwd blijft ‘beklemd’. Dit geld mag dus nooit als winst worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van de nieuwe BV. Veel organisaties kiezen er ook voor om een hybride structuur op te zetten, waarbij de stichting aandelen houdt in een onderliggende BV.
Welke rechtsvorm kies ik het beste als ik zowel zorgverlening als commerciële activiteiten wil combineren?
In dat geval is een hybride structuur vaak de beste oplossing: een stichting voor de reguliere zorgactiviteiten (waarmee je toegang houdt tot subsidies en maatschappelijke fondsen) en een aparte BV voor commerciële diensten of innovaties. Zorg wel dat de geldstromen, administratie en bestuursfuncties tussen beide entiteiten zakelijk en strikt gescheiden blijven om belangenverstrengeling en problemen met de Inspectie (IGJ) of de NZa te voorkomen. Laat je hierover adviseren door een juridisch specialist.
Hoe zit het met aansprakelijkheid bij beide rechtsvormen?
Voor zowel de stichting als de BV geldt dat bestuurders in beginsel niet met hun privévermogen aansprakelijk zijn voor de schulden of verplichtingen van de organisatie. Pas als er sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur (ernstig wanbeleid of faillissement door grove nalatigheid) kunnen bestuurders bij beide rechtsvormen persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Voor zowel een stichting als een BV is een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering (BAV) en een beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor de zorg daarom essentieel.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij het kiezen tussen een stichting en BV voor zorgorganisaties?
Een veelgemaakte fout is dat zorgondernemers te snel een BV oprichten zonder te onderzoeken of hun deelsector leunt op subsidies die alleen aan stichtingen worden verstrekt. Ook wordt vaak over het hoofd gezien dat in veel zorgsectoren een wettelijk verbod op winstuitkering geldt, waardoor het hoofdargument voor een BV deels vervalt. Tot slot vergeten starters om vooraf te toetsen waar hun doelgroep (zoals gemeenten, zorgverzekeraars of cliënten) de voorkeur aan geeft.